Petra is gevormd door haar werk in de tbs: ‘In een restaurant zit ik nooit met mijn rug naar de deur toe’

Gepubliceerd op 5 januari 2026 om 17:45

Wanneer Petra Ruisen een isoleercel betreedt vraagt dat om constante scherpte. © Donald Tong (Pexels)

Werken in een tbs-kliniek begint voor Petra Ruisen* als een tijdelijke baan, maar wanneer het uitgroeit tot haar fulltimebaan merkt ze dat het werken in een onveilige omgeving haar verandert.


Door: Ruth Mulder

Ruisen werkt in de psychiatrie als ze een tip krijgt dat Mesdag, een tbs-kliniek in Groningen, personeel nodig heeft. Ze zoeken verpleegkundigen voor de nachtdienst. Ruisen ziet het wel zitten en solliciteert. De functie past haar direct goed en wanneer ze kort daarop in vaste dienst treedt, vindt ze het werk alleen maar mooier worden. "’s Nachts zag ik patiënten alleen door een luikje, maar toen ik ook overdag ging werken maakte ik meer persoonlijk contact.”  

De verandering doet haar goed, maar is ook het begin van een werkend leven dat haar niet alleen professioneel vormt, maar ook tekent in haar privéleven. Daar was ze niet voor gewaarschuwd.

Een gevaarlijke combinatie
De eerste zomer van haar diensttijd komt er een patiënt binnen die meerdere nachten achter elkaar niet heeft geslapen. Uitgeput, manisch en onvoorspelbaar, moet hij dringend medicatie krijgen. Ruisen is hiervoor de aangewezen persoon. Het beeld van de man, verstrikt in zijn eigen geestelijke gezondheid, maakt indruk op haar.

Want de patiënt komt niet binnen in een ziekenhuis met lichte zalen en ramen die uitzicht bieden op de buitenwereld. Hij komt in een tbs-kliniek waar verzorging plaatsvindt in een isoleercel met beveiligers om hem heen. En dat is niet zonder reden, want de patiënten die worden behandeld hebben ernstige delicten op hun naam. Die combinatie van medische kwetsbaarheid, onvoorspelbaarheid en gevaar vragen haar om elke handeling en beslissing zorgvuldig af te wegen. Het werk vraagt Ruisen om constante scherpte.

Het tikken van de klok
Maar ook de verantwoordelijkheid die Ruisen draagt, gaat haar niet in de koude kleren zitten. Vooral in de weekenden, wanneer ze vaak alleen werkt, loopt de spanning op. Met name wanneer patiënten om 11 uur uit hun verblijven mogen." Ik hield de klok in de gaten. Als die tijd was verstreken en ik geen alarm hoorde, wist ik dat er geen zelfmoordpogingen waren gedaan en patiënten niet dood in hun cel lagen."

Want als dat wel het geval was, waren de verpleegkundigen binnen de kliniek aan zet. “Aan zulke situaties wen je niet. Daarbij komt dat je de patiënten ook kent. Je moet professioneel blijven, maar je bent ook een mens.”

Moeite met vertrouwen
De scheidslijn is dun. Ruisen laat het verleden van haar patiënten niet bepalen hoe ze met hen omgaat, maar helemaal loslaten kan ze dat verleden ook niet. “Hoe goed je contact ook is met een patiënt, echt iemand vertrouwen kun je hierbinnen niet.”

Tijdens haar werk staat Ruisen dan ook op scherp. Helaas weet ze dat dit noodzakelijk is. In de jaren die zijn verstreken, heeft ze meerdere incidenten meegemaakt waarbij ze alarm moest slaan voor haar eigen veiligheid en die van haar collega’s. "Ineens kan een gesprek omslaan en komt er een hoop agressie om de hoek kijken." 

Het feit dat ze tijdens haar werk altijd voorbereid moet zijn op het onverwachtse, vormt haar. “Ik schrik snel van harde geluiden en ben altijd alert. Buitenshuis ben ik bezig met het scannen van mogelijk gevaar. Met mijn rug naar de deur zitten in een restaurant kan ik daarom ook niet.” Ook heeft Ruisen moeite met vertrouwen in het algemeen, omdat ze zoveel bedrog tijdens haar werk heeft gezien. Het gevolg is dat ze mensen liever op afstand houdt.

‘Ik had er eerder weg moeten gaan’
Pieter van Veen* heeft vijfentwintig jaar ervaring als leidinggevende op verschillende afdelingen binnen de kliniek. Hij ziet de karaktereigenschappen die Ruisen omschrijft vaak terug bij werknemers. “Bij oudgedienden zie ik vooral hoe het werk de medewerkers vormt. Ze zijn minder ontspannen en hebben een gevorderd neusje voor onraad.”

Van Veen merkt het ook aan zichzelf. “Agressieve communicatie normaliseer ik en buitenshuis kan ik het niet uitzetten om situaties in te schatten op mogelijk gevaar.” Als Van Veen had geweten dat dit de uitkomst was van zijn lange dienstverband, had hij een andere keuze gemaakt. “Als je het mij vraagt is het niet gezond om zo lang te werken in een onveilige omgeving. De tijd heeft me ingehaald. Ik kom nu achter de gevolgen. Als ik het eerder had geweten was ik er na een paar jaar uitgestapt.”

Als leidinggevende probeert hij dan ook de mentale gezondheid van zijn werknemers goed in de gaten te houden. Hij zorgt ervoor dat de koffie klaarstaat wanneer personeel op de afdeling komt. “Ik vraag hoe het met hen gaat en probeer in te schatten of ze scherp genoeg aan hun werk kunnen beginnen. Persoonlijk contact is het toverwoord.”

Terugkijken zonder wrok
Inmiddels heeft Ruisen een andere functie binnen de kliniek gevonden. Een plek die haar binnen de muren iets meer rust biedt. De tijd van veel hectiek heeft haar gemaakt tot de persoon die ze vandaag de dag is. Niet alleen professioneel, maar ook daarbuiten. Of dat het waard was, vindt ze een lastige vraag. “Ik heb altijd genoten van mijn werk. Hoe zwaar soms ook. De patiënten verdienen de hulp die ik ze kan bieden. Dat weegt zwaarder, denk ik.”

*De namen van de geïnterviewden zijn een pseudoniem. Door het gevaar van hun werk willen ze anoniem opgevoerd worden. Hun echte namen en gegevens zijn bij de redactie bekend. 

Maak jouw eigen website met JouwWeb