Hoe (en waar) pakken zorgverleners de draad weer op na psychische klachten? ‘Het beroep zit in hun DNA’

Gepubliceerd op 3 januari 2026 om 12:00

Zorgverleners geven niet zomaar toe aan mentale klachten © Jonathan Borba (Pexels)

Een derde van de zorgmedewerkers denkt er serieus over na om de zorg te verlaten. De mentale last van het vak is voor sommigen te zwaar om te dragen. Maar wat is de volgende stap als de zorg in je bloed zit? “Je denkt niet van de een op de andere dag: ik ga ermee stoppen.”


Door: Jordy Heijnen

De cijfers liegen er niet om. In een enquête van IZZ onder ruim 5000 zorgmedewerkers denkt 32% er serieus over na om de zorgsector te verlaten. Vooral medewerkers onder de 55 jaar hebben dat dilemma. Van die groep ziet zo’n 40% zichzelf best werken buiten de zorg, met als belangrijkste reden de emotionele uitputting van het zorgvak.

Tekorten, stress en agressie
Zorgmedewerkers krijgen dan ook veel voor hun kiezen, zo was al eerder te lezen op deze site. Onder meer een hoge werkdruk door personeelstekorten, een stressvol takenpakket en agressieve patiënten vreten aan het mentale welzijn van de zorgmedewerker.

Toch geven medewerkers niet zomaar toe aan die mentale klachten. Zeker voor mensen die een dienstverlenend beroep uitoefenen zoals in de zorg voelt die drempel aan als een berg, weet loopbaancoach Corinne Starreveld. “Ik spreek echt wel medewerkers die zeggen: ‘ik wil niet meer’. Maar totdat het zover is, is er al een heel proces aan voorafgegaan.”

Een deel van hun identiteit
Starreveld gaat als loopbaancoach regelmatig met zorgmedewerkers in gesprek. De pijn die artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners voelen als ze de zorg moeten verlaten, is volgens haar volkomen logisch. “Zij zien hun werk als een deel van hun identiteit. Zorgverleners bouwen heel nauwe banden op met hun collega’s, omdat je lief en leed deelt. Dan denk je niet van de een op de andere dag: ik ga ermee stoppen.”

Stapjes terugdoen
Logischerwijs is een terugkeer niet ver weg als zorgverleners weer mentaal fit zijn. Volgens Starreveld kiezen die mensen er eerder voor om minder onregelmatige diensten te draaien of om administratief werk op te pakken, dan de zorg definitief de rug toe te keren.

“Zoals gezegd: het beroep zit in hun DNA. Maar ze zitten hoe dan ook in een spagaat, zeker als ze veel stress of zelfs een burn-out krijgen van hun werk. Zorgmedewerkers die dat ervaren willen heel graag zorg blijven verlenen, maar moeten toch stapjes terugdoen om de druk te verlagen.”

Zorgverleners willen terug
Christel van Lunsen komt bij Van Dam Loopbaanbegeleiding ook vaak in gesprek met dienstverlenende werknemers, waaronder zorgmedewerkers. Ze ziet hetzelfde beeld als Starreveld. “Veel zorgverleners die een tijdje uitvallen, om wat voor reden dan ook, willen vaak weer terugkeren.”

Hoe kunnen zij, na al het mentale leed, de draad weer oppakken? “Dat kan alleen als de oorzaak van de klachten van toen kan worden weggenomen, diegene zijn grenzen bewaakt en dus ook een sterke verbinding met het vak heeft. Maar ik spreek ook zorgverleners die juist afstand willen nemen van hun eerdere werkomstandigheden. Niet omdat ze het werk niet mooi vinden, maar omdat ze die last in hun hoofd niet meer willen of kunnen dragen.”

Je kan de verpleger wel uit de zorg halen…
Het leidt ertoe dat medewerkers de werkvloer verlaten of de zorg zelfs helemaal vaarwel zeggen. Veel van die ex-zorgverleners die Van Lunsen begeleidt kiezen daarna voor functies of sectoren met vergelijkbare eigenschappen. “Dat zijn vaak werkplekken met meer rust, regelmaat en voorspelbaarheid en juist minder emotionele druk en constante werkdruk. Dan kom je al snel bij administratieve of ondersteunende rollen terecht, zoals secretaris of HR-adviseur.”

Voor anderen kruipt het bloed waar het niet gaan kan: zij willen blijven zorgen voor de maatschappij. “Zij gaan bijvoorbeeld aan de slag voor een gemeente als zorgadviseur of schuldhulpverlener, maar ook binnen een buurtteam. Dat zijn sociaal-maatschappelijke rollen waarin ze wat afstand kunnen houden, maar toch mensen kunnen helpen.”