Hoe de lange ggz-wachtlijsten kunnen leiden tot minder handen aan het bed

Gepubliceerd op 28 december 2025 om 12:00

Volgens bedrijfsarts Hijlke Terpstra moet de zorg af van de marktwerking om patiënten - waaronder zorgmedewerkers - sneller en beter te kunnen helpen. © Timothy Huliselan (Pexels)

Een heldere richtlijn voor medewerkers die mentale klachten overhouden aan hun werk. De politie heeft het al, de brandweer krijgt het. Maar waarom krijgen zorgmedewerkers die niet? Zij zijn overgeleverd aan de lange wachtlijsten van de ggz. “Als we te lang wachten met een oplossing, raken we mensen kwijt voor het vak.”


Door: Jordy Heijnen

Eindelijk erkenning, moeten veel (oud-)agenten in april van dit jaar hebben gedacht. Toen ging namelijk de nieuwe regeling in voor medewerkers met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) binnen de Nederlandse politie. Minder juridisch gedoe, meer duidelijkheid en dus meer menselijkheid. Ook brandweerlieden krijgen vanaf 1 februari een heldere route uitgestippeld die leidt naar hun herstel.

Psychische hulp? Achteraan sluiten, alstublieft!
Voor zorgmedewerkers die hulp zoeken voor mentale klachten door het werk, is zo’n duidelijke weg nog ver te zoeken. Net als alle andere psychische patiënten nemen zij plaats in de bomvolle wachtkamer van de ggz. Waar patiënten eigenlijk binnen 14 weken moeten starten met behandelen, loopt de wachttijd regelmatig op tot twintig of zelfs dertig weken. “Het is onfatsoenlijk en onmenselijk”, aldus zelfstandig bedrijfsarts Hijlke Terpstra.

Terpstra vangt zorgmedewerkers op van onder meer de zorggroep Treant, dat meerdere woonzorg- en ziekenhuislocaties beheert in Drenthe. Deze instelling zoekt bewust zelf de samenwerking met psychische praktijken. Zo kan er snel en effectief worden gezorgd voor artsen, verpleegkundigen en ander zorgpersoneel.

Grote pot geld
“Treant kan dat financieel gezien wel aan, maar voor kleinere zorginstellingen is dat een grote pot geld”, vertelt Terpstra. “Daarom verwijzen zij medewerkers met mentale klachten liever door naar de huisarts, die vervolgens weer doorverwijst naar de ggz. Medewerkers belanden dan gewoon in de wachtrij, maar dankzij de zorgverzekering is dit voor de zorginstelling wel goedkoper.”

Terpstra kan bij Treant zijn eigen koers varen. Hij wil niet dat een arbodienst over zijn schouder meekijkt, die volgens hem meer met de financiële dan met de menselijke maat meet. “Zij maken maar heel weinig melding van PTSS als beroepsziekte bij zorgmedewerkers. Zorginstellingen geven die erkenning liever niet vanwege de kostenpost.”

Zo moet het loon nog maximaal twee jaar worden doorbetaald na uitval en worden de kosten voor herinstromers niet volledig vergoed. Ook liggen aansprakelijkheidsclaims op de loer die, afhankelijk van de duur en de oorzaak van de klachten, zomaar vele tienduizenden euro’s kunnen kosten.

Vakbond: 39% heeft werkgerelateerde stress
Er is dus geen zicht op een snelle behandeling bij mentale klachten, maar ook niet of nauwelijks erkenning van PTSS. Zien medewerkers de vakbond als reddingsboei? Te weinig, zegt Michel van Erp van vakbond NU’91. “We kunnen juridisch meedenken en adviseren hoe ze hun werkgever kunnen aanspreken.”

Om toch inzicht te krijgen in de grootte van het probleem, vroeg NU’91 onlangs bij meer dan tweeduizend zorgprofessionals naar hun mentale welzijn. Van die groep ervaart 39% vaak of altijd werkgerelateerde stress en voelt 40% regelmatig frustratie over het werk. Meer dan een kwart vindt dat ze tekortschieten in de zorg voor patiënten.

Nog in de kinderschoenen
Met de peiling kan de vakbond zich wel degelijk hard maken voor de mentale zaak. NU’91 bedenkt ideeën en kan deze inbrengen bij werkgevers, bijvoorbeeld tijdens cao-onderhandelingen, en dat is hard nodig. “Het is wel duidelijk dat de zorg voor het mentale welzijn van zorgmedewerkers echt nog in de kinderschoenen staat. En dat terwijl heel veel medewerkers hulp nodig hebben. Die haken straks af omdat het te lang duurt.”

“Het is ook niet gek dat er weinig aandacht voor is, want zorgmedewerkers drukken hun eigen gezondheid makkelijk naar de achtergrond om zelf zorg te dragen. Maar juist daarom verdienen ze extra aandacht in vergelijking met andere beroepen. Je kan nooit goede zorg verlenen als je zelf niet helemaal gezond bent.”

Terpstra: oplossing door Den Haag
Om de problemen aan te pakken wil Terpstra af van de marktwerking in de zorg. Zo worden zorginstellingen met een kleine beurs niet langer gedwongen hun patiënten - en dus ook hun medewerkers met mentale klachten – de goedkoopste oplossing te bieden. “Goedopgeleide professionals kunnen dan sneller de juiste zorg verlenen.”

Toch is dat makkelijker gezegd dan gedaan. De bedrijfsarts richt zijn blik op de landelijke politiek, maar het blijkt erg lastig om via Den Haag echte verandering teweeg te brengen. “De zorg is een olietanker wat dat betreft. Je kunt dingen in gang zetten, maar een regering kan nauwelijks stappen zetten in de vier jaar dat zij aan de macht is.”

Niet opnieuw wiel uitvinden
Voor een oplossing beperkt Van Erp zich tot de zorgsector zelf. Daarvoor is maar een kleine rol weggelegd voor zijn vakbond. “We zijn beperkt om problemen op te lossen voor zorgmedewerkers. Ze lopen gewoon vast in het zorgsysteem, daar hebben wij weinig grip op.”

“Maar natuurlijk moet er landelijk meer eenduidigheid komen en daarvoor hoeven we niet het wiel opnieuw uit te vinden. De politie legde een lang traject af tot aan de huidige PTSS-regeling, daar moeten we van leren. Als we te lang wachten om goede hulp te verlenen, vallen mensen uit en raken we ze kwijt voor het vak.”

Maak jouw eigen website met JouwWeb